Adres Foto

Meditatie

 

Rom. 8:15 Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!

 

God als onze Abba Vader. Dat is kenmerkend aan het christendom. God wordt aan gesproken als pappa. Zo zal God zeker niet in alle religies aangesproken worden. Toch geeft het wat weer van de essentie van het Christendom. Jezus leerde zijn discpelen het Onze Vader. In navolging van Hem spreken wij God ook zo aan.

 

Dat betekent dat wij een Vader in de Hemel hebben. God is niet alleen de grote Schepper van hemel en aarde, ver weg in de hemel. Hij is ook dichtbij. Ik mag God mijn pappa noemen. Laat dat maar eens op je inwerken. God is mijn pappa. Dat betekent dat ik een relatie met Hem heb. Dat Hij voor mij zorgt, en uiteindelijk dat hij van mij houdt. Zoals een vader van zijn kinderen houdt, zo houdt God ook van ons.

Het is de liefde van God die in ons leven een plek krijgt. De Geest maakt het mogelijk dat we die liefde herkennen, en dat we die ook beantwoorden. Dat is bij uitstek Pinksteren dat God zijn liefde voor ons uitstort in onze harten. De Geest doet ons dan ook werkelijk belijden dat God onze Vader is.

 

Dus wie Abba vader zegt, is een kind van God.  De Geest getuigt met onze geest dat God onze vader is. Toch is dat zeker niet vanzelfsprekend dat je een kind van God bent, want we zijn van onszelf geen kinderen van God. Uit onszelf horen we er niet bij.

We komen dat ook tegen in het Bijbelgedeelte. Sinds de zondeval is deze wereld aan de zinloosheid onderworpen. We leven hier, maar waarom? Uiteindelijk leggen we allemaal een keer het loodje. Wat heeft het dan voor zin om te leven? Is leven niets meer, dan je tijd uitzitten?

 

Daar lijkt het op. Sinds de zondeval is het inderdaad een zinloze aangelegenheid. Maar er zit iets in de mens dat hij daar geen genoegen mee neemt. Kennelijk zit er nog iets van het verloren paradijs in ons. Er zal wel iets zijn. Zeker. Zelfs meer dan iets, maak er werk van, anders is er niets. Kortom dit gevoel geeft een richting aan. Het wijst boven ons uit.

Dat maakt ons echter nog niet tot kinderen van God. Dat zijn we ook niet. Dat recht hebben we verspeeld door de zondeval, maar door het werk van Christus, door kruis en opstanding, zijn wij Gods aangenomen kinderen. Door het werk van Jezus mogen wij ook delen in Zijn erfenis.

 

In de oudheid was het zo dat je door adoptie je oude rechten opgaf, maar je kreeg de rechten van degene die je aannam. Daarbij deelde je mee in de volle rechten. Een voorbeeld is keizer Augustus die geadopteerd is door Julius Caesar. Hierdoor had Augustus een claim op de troon waar hij uiteindelijk ook op kwam te zitten. Zo zit het ook met ons. Wij delen in de glorie van Christus. Daarom zijn wij Gods kinderen.

 

Daardoor kunnen we zeggen dat we onze uiteindelijke bestemming hebben bij God. Deze erfenis is onvergankelijk. God en mensen zijn weer bij elkaar gebracht. Door de uitstorting van de Heilige Geest mogen we daar van getuigen. We aanvaarden God als onze hemelse Vader, en we laten ons niet meer leiden door onze wereldse verlangens, maar we richten ons op wat eeuwig is. De Geest richt onze blik op de Hemel. Wij belijden dat God onze Vader is. Zo mogen we Hem de lof toezingen, en Hem de eer geven die Hem toekomt.

 

Ds. A.B. Broekman

 

Erediensten
  • 20 september 2019 Ds. H. Scholing
  • 22 september 2019 Ds. H. Bakhuis
  • 27 september 2019 Mw. R. Stoter
  • 29 september 2019 Ds. A.B. Broekman
  • 4 oktober 2019 Dhr. J. Wassens