Adres Foto

Meditatie

 

 

 

2 Timoteus 1: 5 Daarbij herinner ik mij het ongeveinsde geloof dat in u is en dat eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Loïs en in uw moeder Eunike.

 

Ondanks dat Paulus een bekeringservaring heeft gehad, dankt hij zijn voorouders die dezelfde God als hem dienden. Ook voor Paulus geldt dat zijn geloof niet zomaar uit de hemel is komen vallen, maar is overgedragen van generatie op generatie. Het geloof is gevallen in vruchtbare aarde die door zijn geloofsopvoeding tot bloei is gekomen. Andere mensen hebben het geloof aangereikt. De bekeringsgeschiedenis tussen Jeruzalem en Damascus vond niet plaats in het luchtledige.

 

Geloven vindt plaats binnen een gemeenschap. Nu Paulus in gevangenschap verkeert, lijdt hij daar aan. Hij is immers afgesneden van zijn geloofsgenoten. Hij verlangt er vurig naar om zijn oude medewerker Timotheüs weer te zien. Daarom bidt hij onophoudelijk dag en nacht.

 

We zien dat Paulus er een levende gebedspraktijk op nahoudt. Hij wordt in zijn geloof niet alleen gevoed door zijn geloof te delen met anderen en daarover te praten of te onderwijzen, maar ook door een levende relatie met God te onderhouden. Ondanks dat de apostel in de gevangenis zit, heeft hij een adres om met zijn vreugde en verdriet heen te gaan. Hij is niet alleen.

 

Voorgaande generaties hebben hem dat voorgeleefd en overgedragen. Dat ziet hij ook bij zijn naaste medewerker Timotheüs. Paulus dankt hier zijn moeder en grootmoeder voor. Het is bekend dat Timotheüs het kind was van een Griekse vader en een joodse moeder. Hij was niet besneden. Vader wenste zijn zoon niet op te voeden binnen het jodendom. Zijn moeder Eunike en zijn grootmoeder Loïs hebben de kleine Timotheüs opgevoed. Het waren godvruchtige vrouwen en zij hebben deze medewerker van Paulus het geloof bijgebracht. Geen plotselinge bekering, maar het geloof werd hem met de paplepel ingegoten.

 

Vrouwen hadden een belangrijke functie binnen de eerste gemeente. Zeker als het gaat om oudere vrouwen. Zij hadden levenservaring en zij brachten die over op een volgende generatie jonge vrouwen die op hun beurt de volgende generatie kinderen opvoedden. Allerlei geloofsoverdracht, en ook hoe je je gezin op het rechte pad houdt, werd zo van de ene op de andere generatie overgedragen. Ik denk dat dit ook een belangrijke les is voor vandaag. Wat je gelooft en hoe je in het leven staat, heeft zeker niet alleen te maken met persoonlijke keuzes, maar ook met wat je hebt meegekregen.

 

Geloofsopbouw en gemeentegroei beginnen daar. Bij dat wat je van anderen aangereikt krijgt en wat je andere aanreikt. Het is allemaal niet zo moeilijk. Het gaat om bidden voor het eten en voor het slapen gaan. Je leest je kinderen voor uit de kinderbijbel. Je laat in je gebedsleven, net als Paulus, zien hoe je je vreugde en  verdriet voorlegt aan God.

 

Is dat allemaal zo hip? Nee, dat geloof ik niet, maar het kan je wapenen als er zich tegenslagen voordoen in het leven. Onze baan, onze gezondheid en ons huwelijk, zijn geen vanzelfsprekendheden. Er is niet zoveel voor nodig om alles te verliezen. Dan is er het grote donkere gapende gat van het niets.

 

Hopelijk herinneren we ons dan nog van wat we hebben meegekregen. Er is meer dan de leegte. Er is een adres waar je heen kunt gaan en zoals onze ouders het ook deden. We kennen een verhaal, van iemand die juist door die leegte en de zinloosheid van het bestaan is heen gekropen. Dat verhaal kan ook jouw leven zin geven. Dat verhaal wordt in deze gemeenschap die we de kerk noemen doorgegeven. We leven van dat verhaal. Daar begint kerk-zijn.  Het verhaal van de levende Heer brengt ons samen.

 

Ds. A.B. Broekman

 

Erediensten
  • 22 maart 2019 mw. S. Groote
  • 24 maart 2019 Ds. A.B. Broekman
  • 29 maart 2019 Ds. H. Scholing
  • 31 maart 2019 dhr. G. van Vulpen